Een stukje uit het vroegere bolwerk

Een stukje uit het vroegere bolwerk

 

 

Door: WT WriterOctober 21, 2018Europe

Beschermd tegen toerisme door zijn communistische heersers, is Albanië de ongerepte Balkan schoonheid door de tijd vergeten. Tristan Rutherford heeft het helemaal voor zichzelf

Ik ben de enige toerist op het strand. Twee stranden eigenlijk. Het eerste deel van het strand van Kroreza is een idylle met wit zand, omspoeld door hetzelfde Ionische blauw als 15 km zuidelijker bij Corfu. Het tweede deel is een lange banaan-swoosh geparfumeerd door rozemarijn en dennen – met zand zo zacht als in Puglia, de Italiaanse regio op een heldere dag over het water te zien. Hetzelfde prachtige water en perfecte zand aan de 50-tal andere stranden die de 360 ​​kilometer lange kust van Albanië bestrijken, evenaren gemakkelijk de stranden in het noorden van Kroatië. Ik maak een dansje. Omdat er niemand te zien is, verberg ik mijn zwembroek in een boom en zwem  een kilometer door de heldere zee. Precies wat Robinson Crusoe zou hebben gedaan.

Bij zonsondergang vind ik de andere zwemmers weer. Ik zet vervolgens maagdelijke voetstappen in de richting van de enige strandbar van Kroreza. Het wordt gerund door een Albanese hippie, Evangelis, met stompjes in de mond en een ketting gemaakt van drijfhout om zijn hals. Omdat het me een uur kostte om naar dit geheime zandstrand te wandelen, stopte ik hem $ 8 toe om me naar de steiger verder naar het zuiden te brengen, waar ik mijn huurauto parkeerde. We duwen zijn gehavende speedboot in de branding van de zonsondergang. Evangelis kan de buitenboordmotor gebruiken, die gevoed wordt door een plastic colafles die half gevuld is met benzine, en we plonzen met een klap in een warme inktzwarte zee.

Ik zou alleen naar Albanië gaan. Mijn vakantievrienden geloofden me niet toen ik het had  over verrukkelijke stranden en UNESCO-bezienswaardigheden. Nou, ze moeten maar blijven hangen aan de prijzige aardigheden van de Griekse eilanden en de 10-daagse cruises van Dubrovnik, beide op korte afstand. Ik wilde een zonnige vakantie met een achtergrondverhaal. Afbrokkelende ruïnes zonder tourbussen. Ik plande een zevendaagse toer van het door stranden geflankeerde westen van Albanië  naar zijn historische achterland.

Karaburun-schiereiland

 

Je zult niet veel suffe toeristen vinden in de toerbus bij Butrint, de populairste attractie van Albanië, die ik op dag twee bezocht. Stel je de beste selectie voor van Efeze en de Akropolis op een verloren eiland, verborgen door waterrijke wetlanden voor passerende schepen. Beurtelings overheerst door vier verschillende rijken, is het een openluchtmuseum van Mediterrane grootheden. Griekse agora, check. Romeins bad, check. Negende-eeuwse Byzantijnse basiliek, check. Voor de lunch pikl ik de vijgen van bomen. Sla dan een nauwelijks betreden pad in naar een door wijnranken verstikte Ottomaanse hammam, waar ik onder een olijfboom in slaap val. Later huur ik een speedboot plus chauffeur in voor de belachelijke som van $ 18. Reigers waken over ons als we voorbij schieten, terwijl ijsvogels als iriserende pijlen van blauw voorbij vliegen. In Pompeii zul je dit niet meemaken.

Mijn uitzicht vanaf een rots op dag drie overspant de hele Albanese Rivièra. Dit is de meest uitgestrekte kust van het land, die 100 kilometer lang van de Griekse grens bij Butrint tot Kaap Karaburun bij Vlorë slingert. Net als de Côte d’Azur, een eeuw geleden, is het een lappendeken van eenzame stranden, met minder zonaanbidders dan grazende ezels. Sommige stranden zoals dat van Monaster, hebben een bar met Italiaanse bediening die ook massages biedt. Andere, zoals het strand van Zhabovel, zijn door de zon geblakerde vlakten van zand die Julius Caesar – die in 48 v.Chr. langs denderde, vandaag nog zou herkennen.  Dat komt omdat Albanië tot 1991 een communistische van de wereld afgekeerde staat was. Het antwoord van Europa op Noord-Korea was het vermijden van de prachtige kust, omdat uit eigen land kapitalistische reactionairen probeerden te ontsnappen. De ontwikkeling van het toerisme staat in de kinderschoenen – mijn moeder zou fronsend naar de gezondheid en de veiligheid informeren, mijn kinderen zouden steigeren bij het gebrek aan hotelzwembaden – maar zo was het ook 20 jaar geleden in Kroatië. Archeologen, avontuurlijke stellen en mensen die op zoek zijn naar het volgende Corsica of Montenegro, passen er precies in.

Al fresco tafels in een lokale taverne in Gjirokaster.

De lunch in een café aan de kust typeert de naïeve charmes van het land. Het wordt omgeven door citrusbosjes, overschaduwd door kweepeerbomen en gekoeld door een zeebriesje. Je kunt een gekoeld drankje of een Turkse koffie bestellen, waarbij de laatste wordt geserveerd met een gratis glas raki, gedestilleerd uit de druivenschillen van de  ranken die over het terras heen groeien. Een dergelijke krachtige cocktail toont het niet-gerealiseerde potentieel van Albanië. De smaken van Italië, vermengd met de mildheid van het oude Griekenland. Omdat de taalbarrière een altijd aanwezig drama is – we zijn nu niet in Mallorca – wordt mijn bestelling twee keer gedaan. Ik eindig met vier donuts, twee vers geperste druivensappen, twee Griekse salades, een uitgebreide schaal met Adriatische garnalen, een omelet van zes eieren – plus de helft van de kip die ze legde. Niettemin eet ik wat ik kan en ben ik voor deze uitspatting $ 10 kwijt.

De ‘nieuwste’ attractie aan zee was tot 2017 verboden terrein. Sazan Eiland is een eeuw lang een zwaar beveiligde militaire basis geweest, waar geen enkele burger – al dan niet Albanees – naar binnen kon. Dit Eden van 5 km lang heeft zelfs een eigen wolkenloos microklimaat dat de vegetatie van subtropisch Tunesië mogelijk maakt. Op dag vier brengt ​​de veerboot met de onheilspellende naam Black Pearl mij en een groep  onstuimige studenten dat een dagtripje maakt, vanuit de haven van Vlorë erheen. Ik zie het torenhoge eiland voor me opdoemen, een Lost World waar Aleppo-dennen in azuurblauwe zeeën overhangen. Als een T-Rex om een wijfje brulde, zou het geen verrassing zijn.

 

Het binnenland van Albanië evenaart de Provence, met net zoveel tijdloze bezienswaardigheden

 

De studenten en ik stappen van boord de gehavende militaire steiger op en worden tot zwijgen gebracht door Sazan’s etherische stilte. Een verplichte korte rondleiding beschrijft de militaire geschiedenis van het eiland: 2800 Sovjetbunkers liggen als betonnen paddenstoelen door het bos verspreid. Op elk ander Adriatisch eiland, zoals Paxos of Hvar, zouden ze een vijfsterrenhotel hebben gebouwd. De zon kiert  door een bladerdak van jeneverbes om de zwemtijd aan te geven. Misschien ben Ik wel de eerste Engelsman die in de buurt van de haven bij het strand van St Nicolo Bay zwemt. Dit is Albanië – elke bezoeker wordt automatisch een pionier. Terwijl het diepe topaas van de Ionisch Zee hier het lichte marineblauw van de Adriatische ontmoet, is het zwemmen een aquamarijn droom. Verderop trillen de wrakken van Griekse en Romeinse schepen en die van de Tweede Wereldoorlog  op de zeebodem, onberoerd door duikers.

Op de tocht terug naar het vasteland, doet de Black Pearl een naamloos, ongemarkeerd strookje zand aan op het schiereiland Karaburun. Dit strand, net als de 20 andere, die ik vanaf de boot zag, is van prima aan je tenen kietelende kiezel. Verwend door de eenzame kusten van Albanië, maken de twee dozijn strandgangers het te druk voor mij. Dus ik spring over door golven verweerde kalksteenblokken naar een ander zandstrand.  Het is van mij, helemaal van mij. Als ik niet drie uur hoefde te wachten om mijn foto´s op Instagram te zetten (gsm-signalen zijn zo zeldzaam als Missoni-badpakken in deze eenzame klimaten), zou ik me in de strandhemel voelen.

Een zicht op Saranda aan de Albanese Riviera

 

Het binnenland van Albanië is net zo mooi als de Provence, met net zoveel tijdloze bezienswaardigheden. Met nog twee dagen te gaan, trek ik 90 minuten oostwaarts door wijngaarden en citrusboomgaarden en stop ik bij Cobo Winery. Wijngaardbaas Muharrem Cobo leidt me rond in zijn hi-tech kelder, waar we de allereerste fles van zijn nieuwste experiment openen: de eerste bruisende rosé van Albanië. Zulke first-to-try-ervaringen zijn alledaags in het eenmalige land, waar zowel buitenlandse bezoekers als privé-wijnbereidingen tot 1991 effectief werden verboden. De rosé kleurt mijn ogen voor het volgende doel: Berat.

Het geruïneerde kasteel van Berat, een deel van een tweeling UNESCO-stad, verheft zich boven een spaghetti-western landschap. Ik parkeer niet in een spookstad, maar in een levend museum met stenen huizen en panoramische cafés dat al 3000 jaar lang continu bewoond wordt – langer dan Rome of Istanbul. Toen de Romeinse en Byzantijnse rijken afbrokkelden, werd Berat een christelijk leercentrum. Dit komt tot uiting in het Iconografisch Onufri Museum, met een reeks gouden fresco’s die  zo schitteren dat ze de zeldzame buitenlander die van zo ver is gekomen, hypnotiseren. Als de schemering valt, kom in een restaurant terecht waar ik soep van wrongel krijg, gepekelde tomaten, herderssalade, gegrilde lamsdarmen, een verrukkellijk spinaziegebak en een mixed grill. Een koopje voor $ 11, inclusief voldoende drankjes, waaronder zelfgemaakte raki en grappa.

Berat’s zusterstad is twee uur naar het zuiden door het steenachtige landschap die ooit Lord Byron op een tocht te paard heeft verwelkomd. Het enorme kasteel van Gjirokastër wordt nog groter door mijn rakia-hoofdpijn. Vijf eeuwen oude witte Ottomaanse huizen, elk een stenen paleis op zich, tuimelen langs een ravijn als Turkse suikerklontjes. Armoede en obscuriteit hebben dit voormalige centrum van het rijk ongerept gelaten. Zelfs de wonderbaarlijke selectie hotels van de stad is ondergebracht in oude palazzo’s met fresco’s en rozetten op de houten plafonds. Ik kreeg te horen dat het zes maanden zou duren om de 100 andere eigenaardige archeologische vindplaatsen van Albanië te bekijken, die slechts bezocht worden door hagedissen en vlinders, waar schildpadden de liefde bedrijven op de terrassen van amfitheaters. Helaas, ik heb meer stranden om te zien.

 

Berat’s verwoeste kasteel torent boven een spaghetti-western landschap uit

De goed bewaarde ruïnes van het kasteel van Berat, een UNESCO-werelderfgoed

De drie kleine Ksamil-eilanden maken mijn zevendaagse Albanese cirkel rond. Stel je de Malediven met bomen voor. Een opbelboot tilt zonaanbidders op van de kust en zoeft met ze naar deze smaragden edelstenen voor $ 5 per rit. Steeneiken en laurierbomen beschaduwen 8$ strandbedden aan saffieren zeeën. Je kunt tussen de eilanden zwemmen of verderop kajakken voor een rustigere overpeinzing. Dappere zielen kunnen de twee kilometer naar Griekenland peddelen. Maar waarom moeite doen? Deze verloren Riviera is een gevonden paradijs.

 

Comments

Geef een reactie