Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Saranda

Vijf zomers in kuststad Saranda

Albanië is een strandvakantieland bij uitstek met haar kustlijn van maar liefst 356 km. Langs die kust vind je twee echt grote badplaatsen: Durrës in het Noorden aan de Adriatische Zee en Saranda in het Zuiden aan de Ionische Zee. Als je tijdens een vakantie in Albanië een paar dagen naar het strand wilt kun je daar het beste terecht. Saranda is de mooiste badplaats van de twee, al is het druk in juli en augustus als alle Albanezen en Kosovaren hier ook vakantie vieren. Ik ga bij voorkeur in het late voorjaar of het vroege najaar naar Saranda, dan is het er heerlijk rustig en kun je de leukste hotelletjes met het mooiste uitzicht en de fijnste privé-strandjes uitkiezen. 

In dit blog vertel ik enkele ervaringen over mijn verblijf in Saranda met hotels en stranden in diverse perioden en iets over de lange geschiedenis van de stad. Omdat het centraal gelegen Saranda een aantrekkelijke uitvalsbasis voor dagtrips is, noem ik daarna ook enkele excursies die je in de directe omgeving van de stad kunt maken en die ik bijzonder vond, zoals de ruïnes van het Byzantijnse ‘Quaranta Santa’ klooster, het Ottomaanse Lekuresi Kasteel en de nieuwe ‘Bektashi Teqe’.

1973 Het Saranda stadsstrand en Albturist Hotel Butrint

Ik bezocht Saranda in 1973 voor het eerst, met een politieke groep, dat kon toen niet anders. Na een lange busreis via Gjirokastra werden we ondergebracht in een groot staatshotel,  Albturist Hotel Butrint. Het hotel stond direct aan het strand en vlak bij de haven en was het enige hotel. We kregen grote kamers met een eigen badkamer en een balkon met uitzicht op zee en het vlakbij gelegen Griekse eiland Corfu. Ik kan me de euforie nog goed herinneren, we waren studenten en kampeerden altijd; zoveel luxe waren we helemaal niet gewend en dat in een arm land als Albanie…

Saranda was een prachtige badplaats met een rustig stadsstrand en een piepklein haventje. Die was bijna leeg, er lagen twee kleine vissersbootjes. De kenmerken van een vissersplaatsje zoals visnetten, een vismarkt waar de visvangst ’s morgens vroeg door ruige vissers werd verkocht en pittoreske visrestaurantjes ontbraken. Na het stevig ondervragen van onze tolken, die er eerst omheen draaiden, bleek dat alle vissers van Saranda, vrije jongens met een eigen boot, naar Corfu vertrokken waren, waar ze de opbrengst van hun visvangst gewoon konden verkopen en niet verplicht hoefden af te staan aan de staat. 

In plaats van vissers waren er wel heel veel matrozen in Saranda. Ze paradeerden s’ avonds over de boulevard. Er stond een groot marine opleidingscentrum in de haven, men patrouilleerde regelmatig met schepen en ’s nachts gebruikten die schepen zoeklichten. De reden: vluchtende zwemmers opsporen. De afstand van Saranda tot het eiland Corfu bedroeg hier slechts enkele kilometers. Veel Albanezen die genoeg hadden van het regime probeerden hier de zee over te zwemmen. Een riskante operatie gezien de sterke stromingen. Als je opgepakt werd ging je voor vele jaren de cel in; toch hebben heel veel mensen een poging gewaagd. Sommigen slaagden: zie het verhaal van de hoteleigenaar in mijn vorige blog over de stranden van Ksamil. 

Tijdens de laatste avond werd het diner met visschotels, salades en flessen wijn op het terras geserveerd, het was donker, er branden sfeervolle lichtjes, de conversatie met onze Duitse tolk was interessant. We wachtten op het dessert. Ineens viel in de hele stad het licht uit en klonk afweergeschut uit de bergen rondom de stad. Het was onheilspellend. We zagen lichtkogels vlogen over het water van de Ionische Zee. Wat gebeurde hier? De obers fluisterden tegen onze tolk. De duisternis en het geluid van het afweergeschut duurde ongeveer tien minuten, toen floepten de lichtjes weer aan, de obers brachten schalen met heerlijke rijpe perziken, kopjes koffie en raki. Niets aan de hand. 

De volgende dag kwam onze tolk na het ontbijt terug op het incident. ‘We moeten waakzaam zijn, we zijn een klein land dat zich moet verdedigen. We zijn al eens aangevallen, net na de oorlog!’ We kregen van hem het verhaal over het ‘incident van Corfu’ te horen. Hij was een half uur aan het woord, tja, het was een politieke reis en er was volop tijd ingeruimd voor informatie. Na afloop waren we stil van zijn verhaal. We gingen daarna zwemmen op het rotsachtige standje voor Hotel Butrint in de Ionische Zee en keken voortdurend over het water van de Straat van Corfu  naar het eiland Corfu.

Nu, in 2021, weet ik dat onze tolk het verhaal toen natuurlijk volledig vanuit het Albanese perspectief vertelde: het was schandalig wat de Engelsen, c.q. de geallieerden het arme Albanië hadden aangedaan. Hier volgt het echte, niet ideologisch gekleurde historische verhaal. 

Het Corfu incident

Kadertje 

In mei 1946, Albanie was net twee jaar een communistisch land, voeren twee Britse schepen door de Straat van Corfu. Onderweg werden ze beschoten vanaf het Albanese vasteland. Er waren geen slachtoffers en er was geen schade maar Groot-Brittannië eiste een publieke verontschuldiging van Albanië. Die kwam er nooit. Integendeel: Albanië beschuldigde de schepen van schending van zijn territoriale wateren.

Datzelfde jaar, in oktober 1946 voeren twee Britse kruisers en twee mijnenvegers door de Straat van Corfu. Ze voeren dicht bij de Albanese kust ‘onder het recht van vrije doorgang’ volgens het internationale zeerecht. Bij de baai van Saranda liep een Britse kruiser op een zeemijn en werd zwaar beschadigd. Het schip werd op sleeptouw genomen door de andere kruiser, die echter een uur later zelf op een mijn liep, waarbij haar boeg werd weggeblazen. Beide schepen konden de haven van Corfu bereiken. Er waren 44 doden en 22 gewonden op de twee schepen. 

Na dit incident werd de Straat van Corfu opnieuw ontmijnd, inclusief de Albanese territoriale wateren. De Albanese leider Enver Hoxha klaagde hierover bij de Verenigde Naties. Onder bescherming van oorlogsschepen werden 22 contactmijnen ontdekt en weggehaald. Na onderzoek bleken ze van Duitse afkomst te zijn, maar vrij van aantasting, pas geverfd en met pas gesmeerde ankerkettingen. Het mijnenveld was dus kort voor het tweede incident illegaal door Albanië aangelegd.

Groot-Brittannië eiste compensatie van Albanië maar dat weigerde. De zaak kwam ter sprake bij de VN-Veiligheidsraad die de zaak onderzocht en in resolutie 22 besliste dat Groot-Brittannië de zaak beter aanhangig kon maken bij het Internationaal Gerechtshof. Dit gebeurde in mei 1947 en was de eerste zaak van het Hof. In april 1949 volgde het vonnis: Albanië moest Groot-Brittannië GB£ 843.947 schadevergoeding betalen inclusief 

GB£ 50.000 voor de doden en gewonden. Het Hof was van oordeel dat Albanië in de fout was gegaan door niet te waarschuwen voor het gevaar. Anderzijds was Groot-Brittannië later in de fout gegaan door zonder toestemming een ontmijning-operatie uit te voeren in Albanese wateren. Albanië weigerde de schadevergoeding te betalen en Groot-Brittannië legde beslag op 1.574 kilogram Albanees goud dat in de Bank of England lag opgeslagen.

Vele jaren later, na de val van het communisme in Albanië in 1991 werden de diplomatieke relaties tussen beide landen hersteld. In mei 1992 werd een overeenkomst over de kwestie aangekondigd waarbij beide landen hun spijt over het gebeurde uitten. Na lange onderhandelingen ging Albanië akkoord met het betalen van een schadevergoeding van US$ 2 miljoen. Engeland gaf het Albanese goud terug.

1973-Saranda-Hotel-Butrint.
1973 Saranda, Hotel Butrint met toeristenbus. Fotograaf onbekend.

1985 Nogmaals het Saranda stadsstrand en Hotel Butrint

Eind juli 1985 kwam ik met een groep van 40 verreisde en verhitte Nederlanders aan in hotel Butrint in Saranda. Er was niet veel veranderd sinds mijn vorige bezoek twaalf jaar daarvoor. Saranda was nog steeds een rustig stadje aan zee. Hoewel er een rotsstandje met trappen naar zee voor het hotel lag en verderop een prachtig leeg zandstrandje naast het haventje zagen we niemand zwemmen of zonnen.

We gingen meteen na aankomst een grote tapijtknoperij bezoeken, waar honderden jonge vrouwen uit de hele omgeving werkten. De fabriek produceerde sinds 1977 klassieke Perzische tapijten voor de export waarvan de patronen door het buitenland werden bepaald en daarnaast ‘gewone’ Albanese moderne geknoopte tapijten in lichte kleuren: lichtgroen, roze, wit. Ook maakten de vrouwen wollen kelims, die werden niet geknoopt maar geweven. We mochten om de beurt proberen een knoop in een tapijt te leggen onder leiding van drie jonge tapijtknoopsters, Margarita, Hajire en Valentina die wat Engels spraken, over hun dagelijks werk vertelden en over hun ‘vrijwilligersactiviteiten’ in de landbouw tijdens hun weekenden.

Voor het diner maakten we net als alle andere inwoners van Saranda een avondwandeling – de xhiro- over de boulevard vol prachtige hoge palmbomen. Voor zwemmen en zonnen was het nu te laat, we moesten flaneren. In mijn dagboek noteerde ik: ‘Een vrouw uit onze groep wil een groepje militairen fotograferen – mannen met groene uniformen, groene petten met een rode ster, geweren over de schouder – in het mooie late avondlicht. Ze vinden het goed, lachen verlegen en poseren onwennig: ze stellen zich meteen klassiek als groepsfoto op, de ene helft naast elkaar, de andere helft hurkend’. 

‘Ik zie groepjes geheel in het zwart geklede vrouwen die samen voor de deur van hun huis zitten praten’. ‘Het ruisen van de zee gecombineerd met het gemurmel van zacht pratende en lachende mensen tijdens de xhiro is vergelijkbaar met rustige achtergrondmuziek….’’s Avonds aten we byrek (laagjes bladerdeeg met kaas), yoghurt, gegrilde shish kebab patat en perziken. Het hotel schonk daarbij een zware dieppaarse wijn uit Përmet waar niemand meer dan twee glazen van op kon. Rode wijn heet in het Albanees “Verë e kuqe” dat al snel door ons tot ‘verre van goed’ werd verbasterd. We bleven niet lang in Saranda. De volgende ochtend gingen we naar Ksamil en daarna reden we dezelfde weg weer terug naar Gjirokastra; de prachtige kustweg langs de Albanese Riviera was nog veel te slecht voor zo’n grote bus. 

Foto’s Gerda Mulder. 1985 Saranda Vissershaventje 
1985 Saranda, Vissershaventje. Foto: Gerda Mulder

1994 Logeren in een flatgebouw op het schiereiland van Saranda 

Na het einde van het communisme was ik voor het eerst weer terug in Albanië. Vier weken lang leidde onze oude tolk Duits, Besim, ons rond door zijn land. Het was een verbijsterende ervaring. Het georganiseerde Albturist toerisme bestond niet meer, anarchie heerste. Iedereen had ineens een oude auto maar kon amper rijden. Ook wij reden in een auto rond en al had Besim geen rijbewijs, hij had wel een vriend die ons wel over de bizar slechte wegen wilde rondrijden. Natuurlijk wilde ik Saranda weer bezoeken. De economie was ingestort. Alle staatsbedrijven waren gesloten. Alle landbouw-coöperaties waren opgeheven. Niemand had werk. Gevolg: bijna alle jonge mannen uit Saranda werkten in Griekenland of stonden klaar om naar Griekenland terug te gaan want daar kon je als boerenknecht, fabrieksarbeider of bouwvakker goed geld verdienen. 

Albturist hotel Butrint was gesloten, privé hotels waren er nog niet, wel waren ondernemende Albanezen cafeetjes en restaurantjes begonnen, simpel, met een paar plastic stoelen en wankele tafels en een eenvoudige menukaart. Drank en eten waren simpel, lekker en heel goedkoop.

We logeerden in Saranda bij een vriend van onze tolk, die net als hij apotheker was. Hij woonde op een landtong ten noorden van het centrum, die volstond met lelijke flatgebouwen van zes verdiepingen, waar hij een Spartaans ingericht, maar wel ruim appartement had met een heerlijke koele stenen vloer. Boven het hurktoilet had hij provisorisch een watervat met slang en douche gemonteerd. De warmwaterboiler was besteld. Water was schaars, stroomde maar een of twee uur per dag uit de kraan zodat iedereen het hele huis vol flessen en emmers water had staan.

’s Ochtends keek ik uit het raam en zag geiten en schapen rondscharrelen tussen de flatgebouwen en hopen afval. Stranden waren er niet op die landtong. Albanezen hadden geen tijd voor dat soort ontspanning, ze moesten werken. We probeerden er toch te zwemmen, laverend tussen betonnen bunkers, rotsen en hopen zand en afval.

1994-Saranda-Winkeltekst-Ben-in-Griekenland. Foto: Gerda Mulder
1994 Saranda. Winkeltekst: Ik ben in Griekenland. Foto: Gerda Mulder
1994-Saranda-Vaak-autopech-met-aftandse-auto's. Foto: Gerda Mulder
1994 Saranda. Vaak autopech met aftandse auto’s. Foto: Gerda Mulder
Kinderen spelen bij de bunkers. Foto: Bert Spiertz.
Kinderen spelen bij de bunkers. Foto: Bert Spiertz
1994-Saranda-Landtong-met-alleen-woonblokken-en-haventje Foto: Gerda Mulder
1994 Saranda. Landtong met alleen woonblokken en haventje. Foto: Gerda Mulder
1994-Saranda-Eerste-particuliere-terrasje. Foto: Gerda Mulder
1994 Saranda. Eerste particuliere terrasje. Foto: Gerda Mulder
1994-Saranda-Een-van-de-eerste-bars,-tegenover-Hotel-Butrint. Foto: Gerda Mulder
1994 Saranda. Een van de eerste bars tegenover Hotel Butrint. Foto: Gerda Mulder

2009 Een zuidelijk strand in Saranda en Hotel Nertili 

Weer een sprong in de tijd. Nu maakte ik een groepsreis met de titel ‘Reizen in de Voetsporen van Lord Byron 200 jaar later’. Reisleidster was schrijfster Tessa de Loo die tien jaar daarvoor een boek over Lord Byrons verblijf op de Balkan had geschreven. We bezochten alle locaties in Albanie en Griekenland die Lord Byron in 1809 te paard had bezocht. De laatste dagen brachten ons – op de terugweg naar Griekenland – in Saranda. 

De bus parkeerde bij een zuidelijk strandje met mooie palmen, 2 km ten zuiden van het centrum, waar vroeger heel brede en volstrekt lege, ongerepte zandstranden lagen. Ons hotel stond aan de rand van het strand dat ondertussen een naam gekregen had en nu Flamingo Beach heette. Ik schrok nogal, was jaren niet in Saranda geweest en verbaasde me over de enorme uitbreiding van het aantal hotels. Alle stranden waren volgebouwd met nieuwe hotels die soms elkaars uitzicht op zee wegnamen. Veel planning was er in ieder geval niet aan te pas gekomen. Hotel Nertili had een mooi terras met gelukkig wel uitzicht op zee en we genoten er van lokale specialiteiten met kaas en vis. De voorzieningen waren prima, simpel, niet luxe, zo was er geen zwembad en waren de rieten parasols schaars op het verder lege strand. 

Ik werd ineens nieuwsgierig naar dat oude staatshotel Butrint. Zou het nog bestaan? Met een groepsgenoot – die Albanië ook nog kende uit de oude tijd – liepen we ’s morgens heel vroeg, voor het vertrek van de bus naar Griekenland, over de weg naar het centrum, benieuwd naar wat we nog zouden herkennen. De metamorfose was gigantisch. 

De weg naar Saranda waar vroeger alleen oleanders, palmbomen en struiken stonden was nu volgebouwd met hotels. Het uitzicht was gelukkig nog steeds even mooi. 

De ooit zo rustige boulevard van Saranda stond vol met souvenirstalletjes en attracties voor kinderen: glijbanen, carrousels, draaimolens. Aangekomen in het centrum bleek dat ons oude Albturist hotel – dat vroeger geïsoleerd van de woonblokken van Saranda aan het strand stond – er nog was, helemaal ingebouwd tussen andere hotels. Vol nostalgie beklommen we de oude trappen – die nu van marmer waren, mooi gerenoveerd – en betraden de entree. Het hotel was nog goed herkenbaar. Het was vroeg, ontbijttijd. Er stond een enorm ontbijtbuffet klaar, precies zoals die er in elk resort overal ter wereld uitzien. Twee Amerikaanse zakenlieden zaten aan tafel. We liepen naar buiten, naar het terras met het zicht op de Ionische Zee en in de verte Corfu . Ik dacht aan lang geleden, aan het Corfu incident, aan zwemmers die ’s nachts de oversteek naar Corfu waagden en met behulp van zoeklichten opgepakt werden.

2009 Saranda Boulevard. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda Boulevard. Foto: Gerda Mulder
2009-Saranda-stadsstrand-'s-morgens-vroeg. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Stadsstrand ‘s morgens vroeg. Foto: Gerda Mulder
2009-Saranda-Hotel-Butrint-exterieur. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Exterieur van Hotel Butrint. Foto: Gerda Mulder
2009, Saranda. Terras Hotel Butrint. Foto: Gerda Mulder
2009, Saranda. Terras Hotel Butrint. Foto: Gerda Mulder
2009-Saranda-Hotel-Nertili. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Hotel Nertili. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Het strand bij Hotel Nertili. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Het strand bij Hotel Nertili. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Uitzicht-vanuit Hotel Nertili. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda. Uitzicht vanuit Hotel Nertili. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda souvenirswinkeltje. Foto: Gerda Mulder
2009 Saranda souvenirswinkeltje. Foto: Gerda Mulder

2021 Het noordelijkste strand van Saranda en een Appartement 

In juni 2021 leek het einde van de tweede lange lockdown periode van de corona-crisis voorbij te zijn. Buitenlanders konden weer met vakantie naar Albanie gaan, code oranje maakte plaats voor code geel. Albanie was er erg blij mee, misschien werd het badseizoen 2021 toch nog een succes. Het toerisme in 2020 was immers een financiële ramp, er kwamen geen buitenlandse toeristen, honderden hotels stonden leeg, duizenden mensen zaten zonder werk; het toerisme was dertig jaar na het einde van het communisme een zeer belangrijke bron van inkomsten geworden.

Ik zou een paar dagen naar Saranda gaan maar ons favoriete appartement kon voor een maand verhuurd worden aan een Zweedse expat. Jammer, maar begrijpelijk. Ik ging terug naar Nederland zonder een bezoek aan Saranda in de zomer te hebben gebracht. 

De vriendin ging een paar weken later alsnog naar Saranda en stuurde me foto’s van weer een ander appartement, Zero Zero Apartments aan het noordelijkste strand van Saranda. Ze vertelde me dat die plek op hetzelfde zandstrand zonder voorzieningen lag waar ze vroeger alleen na een uur lopen vanuit het centrum kon komen. Het stond nu vol met hotels en ligbedden en rieten parasols. De vriendin had het naar haar zin gehad. Het was druk, maar best gezellig en de dagelijkse zonsondergangen waren van een grote schoonheid. Ik zag de foto’s en moest haar gelijk geven.

2021 Saranda. Zero-Zero Apartments, Noordelijk strand. Foto: Flutura Acka.
2021 Saranda. Zero-Zero Apartments, Noordelijk strand. Foto: Flutura Acka.
2021 Saranda. Zero-Zero Apartments. Foto: Flutura Acka.
2021 Saranda. Zero-Zero Apartments. Foto: Flutura Acka.
2021 Saranda. Zonsondergang bij Zero-Zero Apartments. Foto: Flutura Acka.
2021 Saranda. Zonsondergang bij Zero-Zero Apartments. Foto: Flutura Acka.

Korte geschiedenis van Saranda 

Als je een paar dagen in Saranda bent is het interessant iets van de geschiedenis van de stad te weten. Heel kort: 

  • Saranda is gesticht door Griekse kolonisten als zeehaven voor de Griekse stad Phoinike die in het binnenland lag.
  • Belangrijker werd Saranda onder de naam Onchesmos tijdens de Romeinse periode, toen het een stop- en pleisterplaats werd op de zeeroute tussen Italië en Griekenland. 
  • Na de splitsing van het Romeinse Rijk viel Albanie onder het Oost-Romeinse Rijk en werd deel van Byzantium. Saranda werd een Byzantijnse haven. Haar naam kreeg ze van het Byzantijnse klooster Santa Quaranta (veertig heiligen)
  • Tijdens de eeuwen van Ottomaanse bezetting tussen de 15de en 20ste eeuw verpieterde Saranda tot een onooglijk vissersdorpje. 
  • Pas na 1800 maakte de Albanese Ali pasja Tepelena, heerser over een groot gebied van Tepelena tot Ioannina, Saranda weer belangrijk door het dorp een bestemming te geven als haven voor de Griekse stad Ioannina, 100 km verder landinwaarts. 
  • Tijdens de Eerste Wereldoorlog bezette Italie Zuid-Albanie en maakte van het dorpje Saranda een marinehaven. 
  • De Italianen bezetten Albanie opnieuw in april 1939. Saranda kreeg toen tot 1943 de tijdelijke naam Port Edda, genoemd naar Mussolini’s dochter Edda. Nu nog staat in Saranda een hotel dat Porto Edda heet. 
  • Tijdens het communisme, ongeveer vanaf het jaar 1950 begon het dorp, met 12.000 inwoners, een zacht klimaat, vele zonuren en fraaie ligging aan de Ionische Zee tussen de bergen zich te ontwikkelen tot een toeristisch aantrekkelijk stadje. Bij de Albanezen zelf was Saranda in trek als locatie voor huwelijksreizen; de zeldzame buitenlandse bezoekers waren in groepsverband alleen welkom in het enige staatshotel aan de boulevard. 
  • Het duurde na de val van het communisme nog bijna twee decennia voordat het rustige Saranda dé hotspot van de Albanese Riviera werd.  
  • Nu telt Saranda 30.000 inwoners, een aantal dat ’s zomers verdrievoudigt door de vele toeristen die er verblijven in honderden hotels en appartementen in het centrum, met haar mooie stadsstrand; in het zuiden en noorden aan stranden met fraaie namen als Mango Beach, Flamingo Beach, VIP Beach, Quaranta Santa en Era Beach.
2018: Stadsstrand in het centrum van Saranda. Foto: Gerda Mulder
2018: Stadsstrand in het centrum van Saranda. Foto: Gerda Mulder
2018: Stadsstrand in het centrum van Saranda. Foto: Gerda Mulder
2018: Stadsstrand in het centrum van Saranda. Foto: Gerda Mulder
2018: Verhuur van motoren in Saranda. Foto: Gerda Mulder
2018: Verhuur van motoren in Saranda. Foto: Gerda Mulder

Drie excursies in de directe omgeving van Saranda

1. Lekursi Kasteel 

Een kwartiertje rijden of drie kwartier lopen – het is 3 tot 4 kilometer vanaf Saranda – ligt op de Gjashte heuvel het 16de eeuws kasteel Lekursi (Kajala e Lëkurësit). Het kasteel werd in 1537 gebouwd door de Ottomaanse keizer Sultan Suleiman de Grote om de haven van en de weg naar Butrint te beschermen. Het kasteel werd gebouwd in de vorm van een groot vierkant met twee ronde torens die diagonaal tegenover elkaar staan, Byzantijnse fundamenten met Venetiaanse torens. Het was vroeger bewoond, maar de inwoners van het dorpje Lëkurës werden eind 17de eeuw verraden door de Albanese Ali Pasha Tepelena die tegen de sultan vocht en een eigen autonoom gebied wilde. Zij waren woedend, verlieten het kasteel, verbrandden hun huizen en vluchtten toen naar Corfu . 

Het kasteel is tijdens gevechten in de Tweede Wereldoorlog vernield, er staat alleen een lang stuk muur en een Venetiaanse toren. Het kasteel werd uiteindelijk gerestaureerd en is een nationaal monument. Er is ’s zomers een restaurant met terras geopend in het kasteel dat je alleen al zou moeten bezoeken vanwege het panoramische uitzicht over de stad en de stranden, het eiland Corfu, de Butrint-lagune en de bergen in het binnenland. Rondom het kasteel staan enkele verdedigingsbunkers die eind jaren zeventig zijn gebouwd.

Saranda, Lekuresi Kasteel van onderaan de heuvel. Foto: Marieke van Amsterdam
Saranda, Lekuresi Kasteel van onderaan de heuvel. Foto: Marieke van Amsterdam
Deelmuur Lekuresi Kasteel, Saranda. Foto: Marieke van Amsterdam
Deelmuur Lekuresi Kasteel, Saranda. Foto: Marieke van Amsterdam
Kanon opgesteld in het Lekuresi Kasteel. Foto: Marieke van Amsterdam
Kanon opgesteld in het Lekuresi Kasteel. Foto: Marieke van Amsterdam
Saranda De voorkant van het gebouw van het Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
De voorkant van het Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
De achterkant van het gebouw van het Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
De achterkant van het Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
Doorkijk stenen boog Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
Doorkijk stenen boog Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Foto: Poli Loman
Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Saranda. Foto: Poli Loman
Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Saranda. Foto: Poli Loman
Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Saranda landtong. Foto: Poli Loman
Het uitzicht vanaf het Lekuresi Kasteel. Saranda landtong. Foto: Poli Loman

2. Ruines van het Byzantijnse klooster Santa Quaranta 

Het klooster werd gesticht tijdens het bewind van de 6de eeuwse Byzantijnse keizer Justinianus. Het kloostercomplex omvatte toen een basiliek, herbergen voor pelgrims en andere gasten, ondergrondse kamers, wijwaterbronnen en crypten. In de ondergrondse kamers bevonden zich in totaal veertig kleine kapellen, elk gewijd aan een van de veertig martelaren van Sebaste (vandaar de naam Santa Quaranta) die hier tijdens de vroegchristelijke periode in de vierde eeuw werden gemarteld.

Het klooster bleef een belangrijk bedevaartsoord tot de 15de eeuw, toen het herhaaldelijk werd verwoest tijdens de vele Ottomaanse veroveringen van de regio. De basiliek werd verlaten en raakte uiteindelijk in het begin van de 20ste eeuw in verval, maar een deel van de hoge muren stond nog overeind, zoals te zien is op foto’s uit begin jaren dertig. De kerk zonder dak bleef een plaats van jaarlijkse religieuze vieringen op 9 maart. Bovendien was een klein aantal monniken toen actief.

In 1920 publiceerde de Italiaanse archeoloog Luigi Maria Ugolini het eerste onderzoek over de basiliek van het klooster. Hij noemde de basiliek een van de mooiste religieuze monumenten die hij in Albanië had bestudeerd. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het monument een ruïne door Duitse artillerie of geallieerde vliegtuigen. In 1967 werd het verder gesloopt tijdens de atheïstische campagne die de Albanese leiders startten. De plek werd daarna een besloten militaire basis. Een groot deel van de massieve structuur van de basiliek is weg en alleen delen van de zijmuren staan ​​nog overeind. De ruïnes hebben nog wel religieus belang voor de lokale Grieks-orthodoxe bevolking en pelgrims die er bloemen achterlaten.

1930, Saranda. Basiliek Santa Quaranta. Foto: Gerda Mulder
1930, Saranda. Basiliek Santa Quaranta. Foto: Gerda Mulder
Santa Quaranta ruines. Foto: Gerda Mulder
Santa Quaranta ruines. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda uitzicht vanaf ruines van Santa Quaranta, viertig heiligen. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda uitzicht vanaf ruïnes van Santa Quaranta. (viertig heiligen) Foto: Gerda Mulder

3. Bektashi Tekke Dede Reshat Bardhi 

Helemaal in de noordelijke buitenwijk van Saranda is recent een bektashi teqe gebouwd, een imposante serie bouwwerken met karakteristieke groene koepels die op een heuvel liggen met een schitterend uitzicht. Het complex bestaat uit een luxe ingericht hoofdgebouw en enkele kleinere bijgebouwen. De bouw ervan begon in 2009 door Dede Reshat Bardhi, voormalig wereldleider van de Bektashi’s (1991-2011) op de plek van waar Sari Salltik, de eerste missionaris van het ‘Bektashisme’, vanuit Corfu aankwam in Albanië. 

Na een jaar werden de graven en de tekke ingewijd, de inhuldiging was in 2010. Twee prominente Bektashi geestelijken, pater Islami en pater Bilali, zijn begraven in een van de tombes van het heiligdom. Het hoofdgebouw van de tekke heeft ruime kamers, een plein, caféruimte, keuken en een museumzaal met veel originele Bektashi-objecten. De poort is meestal open, je kunt naar binnen rijden mocht je meer willen weten over het bektashi geloof. 

2020 Saranda, Bektashi tekke en bijgebouwen. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda, Bektashi tekke en bijgebouwen. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda, Bektashi tekke hoofdgebouw. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda, Bektashi tekke hoofdgebouw. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda, Interieur Bektashi Tekke. Foto: Gerda Mulder
2020 Saranda, Interieur Bektashi Tekke. Foto: Gerda Mulder

Meer weten over het Bektashi geloof in Albanië? Lees de blog: Het Bektashi Wereldcentrum in Tirana.

Wilt u Saranda bezoeken via een groepsreis? Zie reis: Sporen van de heilstaat.

2 Replies to “Vijf zomers in kuststad Saranda”

Klarita Sadiraj
juli 14, 2021
Mooie beschrijving van de ontwikkeling van dit gebied in verschillende tijden. De persoonlijke ervaringen maken het lezen hiervan heel erg aantrekkelijk. Dankjewel Gerda!
Beantwoorden

Geef een antwoord

Note: Comments on the web site reflect the views of their authors, and not necessarily the views of the bookyourtravel internet portal. You are requested to refrain from insults, swearing and vulgar expression. We reserve the right to delete any comment without notice or explanations.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn ondertekend met *