Dit schitterende schilderij van Lord Byron in Albanees kostuum van Thomas Philips heb je vast weleens gezien. Het hangt op een zeer prominente plaats in de National Portrait Gallery in Londen.
De schrijfster Tessa de Loo zag dit portret op de middelbare school, in haar Engelse literatuurboek, en werd een beetje verliefd op Lord Byron. Ze bleef altijd geïntrigeerd door deze romantische dichter die heftig leefde en jong stierf, 36 jaar oud, strijdend voor de Griekse onafhankelijkheid.

Reizen In de Voetstappen van Lord Byron door Albanië
Tessa debuteerde ooit met een verhalenbundel (De meisjes van de suikerwerkfabriek) en publiceerde daarna nog vele romans. Ze kreeg in de jaren negentig grote bekendheid door het enorme succes van haar boek De Tweeling (dat ook verfilmd is). Daarna besloot ze de romantische held uit haar jeugd na te gaan reizen en een nieuw literair genre uit te proberen: een brievenroman/reisverhaal. Tessa was vooral geïntrigeerd door een tocht die Byron in oktober 1809 maakte. Hij was toen 21 jaar, kon over een grote erfenis beschikken en besloot met een vriend en enkele bedienden een ‘Grand Tour’ door Europa te maken. Hij scheepte zich in Engeland in, zeilde naar het Ottomaanse Rijk en ging aan wal in Preveza in het huidige Griekenland. Daarna reisde hij te paard via Ioannina door de bergen naar Tepelena in het huidige Albanië om de wrede maar intrigerende Albanese leider Ali Pasha Tepelena in zijn paleis te ontmoeten.
Byron schreef een indrukwekkende gedichtencyclus over die tocht door de Balkan, Childe Harold. Het maakte hem na publicatie op slag beroemd en hij groeide uit tot een echte superster. Tessa las die gedichten en ook zijn brieven aan het thuisfront in Engeland, met levendige beschrijvingen van landschappen, zijn belevenissen en de pracht en praal van de sultans en pasja’s die hij bezocht. Ze besloot dezelfde reis door Griekenland en Albanië te maken als Lord Byron, een reis te paard. Ik ontmoette haar in die tijd via het landelijke Byron Genootschap en kon haar via een kennis tips geven over verblijf en het regelen van paarden. Een jaar later verscheen haar boek Een varken in het paleis. Een boek met gefingeerde brieven aan Byron, waarin ze verslag doet van haar avontuurlijke tocht door de bergen, dezelfde route volgend als haar held. De titel slaat op de situatie die ze aantreft op haar eindpunt. Het paleis van Ali Pasha was een ruïne, er scharrelde een varken in de modder op de plaats waar Byron door Ali Pasha met alle pracht en praal werd ontvangen.
(Overigens heeft haar boek in de Engelse en Albanese vertaling een andere, minder cryptische titel).


Een literaire wandelreis naar Albanië
Tessa wilde haar avontuurlijke tocht te paard door Albanië uit 1996 graag nog een keer maken. Te voet. Weer ‘In de voetsporen van Lord Byron’ reizen maar dan met Byron en haar boek als leidraad, een literaire wandelreis. Zouden er genoeg liefhebbers van de dagboeken en poëzie van Byron zijn die ook geïnteresseerd waren in zijn reis door Albanië? Die niet opzagen tegen een paar flinke wandelingen en klimpartijen over de oorspronkelijke route, via slechte paden door de bergen? Tessa dacht van wel.
Ze wist reisorganisatie SNP (Stichting Natuur Producties), specialist in wandelreizen, hiervoor te interesseren en stelde voor de reis precies 200 jaar na Byron’s reis te plannen in oktober 2009. Net als bij haar eerste reis werd ik als ‘ervaringsdeskundige Albanië’ betrokken bij de voorbereidingen van die reis. Het reisprogramma zag er uiteindelijk zo aantrekkelijk uit dat ik besloot ook mee te gaan. Met twintig Byron-liefhebbers tien dagen op stap, met Tessa de Loo als gids, door een voor mij deels onbekend deel van Albanië lopen, dat leek me wel spannend. En inderdaad, dat was het ook!

We vlogen naar Ioannina in Griekenland. Daar startte de reis omdat de oorspronkelijke route die Byron nam: Preveza-Ioannina een snelweg was geworden waar de oorspronkelijke paden niet meer te traceren waren. Lord Byron wilde graag Ali Pasha Tepelena – die in de hoofdstad van zijn gebied,Ioannina, resideerde -ontmoeten. Maar die verbleef toen in een ander paleis, in Tepelena, een paar dagen reizen ver. Ali stuurde een uitnodiging aan Byron voor een verblijf in zijn paleis in Tepelena. Lord Byron vertrok meteen en overnachtte met zijn gezelschap in een klooster in Zitsa, in de bergen van de Zagoria.
Wij reisden tweehonderd jaar later ook naar het hart van de Zagoria, naar het kleine plaatsje Ano Pedina, waar we verbleven in twee hotels die gerund werden door een Grieks-Nederlands echtpaar. Daar maakten we uitgebreid kennis met elkaar en vertelde iedereen over zijn passie voor Lord Byron, wandelen in de bergen en Albanië. Iedereen was zeer goed voorbereid en had natuurlijk Tessa’s boek bij zich. Verder gingen er veel boeken over en van Byron rond en een uitgebreid dagboek van zijn reisgenoot Hobhouse. Enkele wel heel gemotiveerde reizigers hadden zelfs de luxe dundrukeditie in cassette van De omzwervingen van Jonker Harold in hun rugzak (het was net in het Nederlands vertaald door Ike Cialona bij De Atheneum).
We zouden niet de hele route te paard uit 1809 lopen maar ons deels per busje verplaatsen en alleen de meest authentieke paden van de route door de bergen lopen.Tessa ging tijdens de pauzes passages uit haar boek voorlezen en verhalen over Byron’s reis in 1809 en haar reis in zijn voetsporen in 1996 vertellen.
Wandelen met Tessa de Loo
De volgende dag begon de ‘In de Voetsporen van Lord Byron reis’ pas echt met een bezoek aan het beroemde Sint Elias klooster in Zitsa, waar Lord Byron overnachtte. We gingen naar binnen door de poort waarover Lord Byron schreef: “De wind ruiste in de acacia’s toen we voor de poort stonden”. Net als Byron en Hobhouse toen aten we druiven en dronken we witte wijn in de ontvangstzaal van het klooster. Tessa las pagina’s uit haar boek met bespiegelingen die zij aan het kloosterbezoek van het reisgezelschap wijdde. Een mooi begin. Literair toerisme heeft zijn charmes!


Twee dagen lang liepen we door verlaten Griekse landschappen, met bossen, langs rivieren en over oude Turkse bruggen over dezelfde route die Lord Byron te paard had afgelegd, tot zijn volgende overnachtingsplaats Delvinaki. Leidraad was een uitgebreide routebeschrijving van Byron’s reisgenoot Hobhouse. Byron trok daarna door de bergen naar de dorpen Glina en Libohova. Hij hoefde echter geen grenzen over te steken, hij bleef in het Ottomaanse Rijk. Wij moesten na Delvinaki de grens van Griekenland naar Albanië oversteken. Iedereen die wel eens de grens van Griekenland naar Albanië heeft overgestoken kent de vreselijke grensplaats Kakavia. Vooral in de jaren negentig een treurig oord met eindeloze files en heel strenge grenscontroles. Tessa had samen met het reisbureau en reisleider Lucas veel moeite gedaan om te regelen dat we via de oorspronkelijke Byron-route de grens konden passeren, door een oud pad tussen twee bergketens. Voor mij was dit een van de mooiste momenten van de reis. Een 45 jaar hermetisch gesloten grens oversteken in een schitterend ongerept berglandschap met verlaten grensposten. We maakten opgewonden foto’s van elkaar bij het passeren van de allereerste grenspaal van Albanië.


’s Morgens werden we afgezet op de plek waar we de dag ervoor waren gebleven. Een beetje omslachtig, maar in de dorpen op de route was geen accommodatie voor een groep van deze omvang. Zelfs Tessa had tijdens haar tocht te paard grote moeite met het regelen van kamers bij particulieren. In 1996 was het zelfs in de grote steden als Tirana en Shkodra nog moeilijk in een hotel te verblijven, de oude staatshotels waren vernield en nieuwe hotels moesten nog gebouwd worden.



Einddoel Tepelena
In haar boek beschrijft Tessa de teleurstelling die haar overviel toen ze aan het eind van haar vermoeiende reis in het stadje Tepelena aankwam. De tegenstelling tussen de vorstelijke ontvangst van Byron door Ali Pasha in zijn paleis in 1809 en de werkelijke situatie in 1996 was erg pijnlijk.
“Preveza, 12 November 1809
Aan Mrs. Catherine Gordon Byron
“In negen dagen kwam ik aan in Tepelenë, onze Reis werd erg vertraagd door de beken die van de bergen stortten en de wegen doorsneden. Ik zal nooit het uitzonderlijk beeld vergeten toen ik Tepelenë om vijf uur in de namiddag doorreed toen de Zon onderging (…….).
De Albanezen in hun uitdossing (de schitterendste ter wereld, bestaande uit en lange witte kilt , een met goud geborduurde mantel, een vest en jas van karmozijnrood fluweel met goudgalon, pistolen en dolken ingelegd met zilver), de Tataren met hun hoge mutsen, de Turken in hun pepliezen & hun tulbanden, de soldaten en zwarte slaven met de paarden, de eersten in groepen verspreid op een immense galerij voor het paleis, de anderen opgesteld in een soort kloostergang eronder, koeriers die met ijlboodschappen binnenkomen of uitrijden, het geroffel van de grote trommels, jongens die vanaf de minaretten van de moskee het uur roepen, dat alles gevoegd bij het uitzonderlijke voorkomen van het gebouw zelf, vormde een nieuw & schitterend schouwspel voor een vreemdeling. Ik werd naar een fraai appartement begeleid waar de secretaris van de Vizier naar mijn gezondheid informeerde ‘a la mode de Turque’-
De volgende dag werd ik voorgesteld aan Ali Pasha, ik werd gekleed in galakostuum van de generale staf compleet met schitterende sabel &c. De Vizier ontving me in een grote ruimte geplaveid met marmer waar in het midden een fontein speelde, het appartement was rondom gemeubileerd met scharlaken ottomanes, hij ontving me ‘staande’, een groot compliment van een Muzelman & liet me plaatsnemen aan zijn rechterhand.”
(citaat brief Lord Byron aan zijn moeder)


Tessa vraagt zich in 1996 vertwijfeld af: “Waar waren ze gebleven, die Albanezen in hun witte kilt, met goud geborduurde mantels? (…….). Ja, de hoge vestingmuur die Ali Pasha’s paleis had omringd was er nog, maar waar ooit een paleis had gestaan met een galerij ervoor wentelde zich nu een grijs-bruin gevlekt varken in de modder. Tussen plukken opgeschoten onkruid, vuilnishopen en onhandige pogingen tot moestuintjes stonden enkele armzalige boerenhuisjes, inmiddels ook al weer oud en gereed om tot stof te vergaan. Negens de geuren van een feestmaal voor die avond, nergens het geruis van een fontein. We struinden rond over grillige paadjes met losse keien, door plassen regenwater, ieder voor zich verzonken in troosteloze gedachten over de gewelddadigheid van de geschiedenis en de eindigheid van alles”.
Wij gaan dezelfde ingang door en zien iets vergelijkbaars. Het paleis bestaat inderdaad alleen nog op oude gravures en tekeningen. Het is door de vele oorlogen die hier gewoed hebben verdwenen. Toch is ons bezoek aan Tepelena in 2009 niet naargeestig, integendeel. Het uitzicht op de rivieren Drinos en Vjosa, op de bergen is adembenemend. Tepelena is misschien geen mooie stad maar wel historisch interessant. Je moet hier eigenlijk met de brieven en gedichten van Byron en het dagboek van Hobhouse dwalen door het ommuurde fort met zijn bijzondere geschiedenis en mijmeren over vergankelijkheid en verval. We lopen met onze wandelgroep door het fort tot aan de opening in de muur, een stenen poort waardoor Byron binnenkwam. Hij reed hier te paard naar boven. Je kijkt op die plek uit op de rivier de Drinos in de diepte en op een doodenge wiebelende houten brug. Langs de hoge vestingmuren wandelen we terug naar het dorpsplein en vragen Tessa te poseren voor de plaquette met het portret van Lord Byron. Verderop op het dorpsplein staat een enorm standbeeld van de andere grote man, Ali Pasha Tepelena. Twee grote helden in een stad verenigd, dat zou heel aantrekkelijk voor het toerisme moeten zijn. Maar de stad is op een gewone oktoberdag weldadig rustig.




Ioannina en Ali Pasha Tepelena
Aan het eind van onze wandeltocht keerden we terug naar Griekenland via de normale grensovergang van Kakavia. In Ioannina bezochten we de plek waar Ali Pasha werd vermoord, het eiland Pamvotis in het meer van Ioannina. Hier had het toerisme wel voet aan de grond gekregen en de horeca vaarde er wel bij. Het was een drukte van belang, een heksenketel. Het klopte dat de eigenzinnige Ali Pasha, die te grote gebieden veroverde en het gezag van de sultan ondermijnde hier in 1821 werd vermoord, maar het huis en de kamer waarin hij de kogel zou hebben gekregen waren gerenoveerd en niet meer erg geloofwaardig. Hier was hij onthoofd; Ismail Kadare schreef ‘De nis der schande’, een prachtig boek over de barre tocht van de speciale koerier die het pakket met het hoofd van de afvallige pasha naar de sultan Constantinopel moest brengen.

Ode aan de literaire wandelreis
Wij maakten tijdens onze wandelingen in Albanië en Griekenland en het verblijf in zeker tien steden en dorpen met elkaar heel veel foto’s van schitterende berglandschappen, vlaktes, granaatappelbomen, raki-stokerijen, fotogenieke oude vrouwen, mannen te paard, schapen, feeërieke dorpjes. Zoveel foto’s dat we na afloop drie reünies moesten organiseren om ze allemaal met elkaar uit te wisselen. En bij te praten. De liefde voor de literatuur en het samen wandelen verbroederde enorm!
Een tweede literaire groepsreis samen met Tessa de Loo is er niet meer van gekomen. Dat is jammer want reizen met boeken van beroemde schrijvers die in verschillende tijden een bezoek gebracht hebben aan een uniek en weinig bekend landschap is fascinerend. En als de schrijver dan ook nog voorleest uit eigen werk…
Deze reis kun je ook met een klein clubje vrienden maken als je eigen vervoer hebt en hotels (die er nu genoeg zijn) reserveert. Maar een goede gids voor het lastige traject in de bergen die Albanees spreekt moet je wel regelen. TravellingAlbania kan hierbij helpen.
Overigens: die min of meer illegale grensoverschrijding met incidentele toestemming van de Griekse en Albanese autoriteiten zit er niet meer in. Dat was echt eenmalig, uniek.
Blij dat ik erbij was!