Een fascinatie voor Theth
In 2012 maakte ik samen met fotograaf Herman Zonderland een foto- en tekstboek over het dorp Theth in de ontoegankelijke bergen van Noord-Albanie. De titel was Een fascinatie voor Theth, het bergdorp van A. den Doolaard. Het boek bestond voor een groot deel uit reisverslagen van internationaal bekende schrijvers, etnologen en ontdekkingsreizigers die Theth tussen 1900-2000 bezocht hadden. Er zat één Nederlander tussen: de schrijver A. den Doolaard. Hij was in 1931 lopend door de bergen naar Theth getrokken en had daar een mooie roman over geschreven: De Herberg met het Hoefijzer, die een bestseller werd. Het ging over de tegenstelling tussen de katholieke kerk en oude tradities en wetten zoals uithuwelijken, bloedwraak, eer, sterke stamverbanden en strijd.

In een ander deel van het boek beschreef ik ons verblijf in 2007, 2010 en 2011 bij verschillende families. Bij al die bezoeken stond het toerisme nog echt in de kinderschoenen. Je logeerde bij een boerenfamilie thuis, zat bij hun aan tafel, dronk locale wijn. Bijna niemand sprak Engels. Er was geen telefoonverbinding of warm water (de elektriciteit begaf het vaak s’nachts). Het was allemaal heel romantisch en primitief en het schitterende berglandschap veroorzaakte bij ons euforie.

Na het verschijnen van het boek keerden we regelmatig terug. Er kwamen steeds meer toeristen. Theth werd in een paar jaar tijd een hotspot voor bergwandelingen, ontwikkelde zich tot het centrum van de grensoverschrijdende “Peaks of the Balkan” route door Albanië, Montenegro en Kosovo. We zagen het dorp veranderen. De karakteristieke lage stenen boerderijen met hun grijze houten daken maakten in snel tempo plaats voor ‘lelijke’ guesthouses voor grote groepen.
De zware bergwandeling van Theth naar Valbona over een bergpas, waar je in 2011 een ervaren berggids voor nodig had en niemand tegen kwam, was in 2018 een druk belopen route geworden waar je echt niet meer kon verdwalen. Voor ons Theth-boek was dat natuurlijk gunstig. We maakten in 2014 en 2018 een uitgebreide Engelse en Albanese editie.
Shkurte Gumnari
Een familie, de Gumnari’s, die in ons Theth-boek beschreven werd, deed niet mee aan al die investeringen met het oog op het huisvesten van groepen toeristen. Ze bleef gewoon in het oude kleine stenen huis met het houten dak wonen. Ik vond het natuurlijk fijn dat zoveel families goed van de bergwandelaars konden leven; toch was ik eerlijk gezegd ook blij dat in een deel van Theth nog iets van de sfeer van het traditionele dorp overbleef.

We hadden Shkurte Gumnari leren kennen via haar schoonvader. We liepen bij ons eerste bezoek in 2007 s’ morgens door de uitgestrekte velden en zagen een dorpsbewoner, een oude man met een prachtige tulband, op zijn gemak op een maisveld werken. Hij kwam naar het hek, vroeg waar we vandaan kwamen en vertelde dat hij nog elke dag een paar uur op zijn akkers werkte.

Herman maakte een mooi portret van hem en beloofde de afdruk bij ons volgende bezoek aan Theth mee te nemen. We noteerden zijn naam: Ndue Gumnari. In mei 2010 had Herman een grote print van de foto bij zich, die we bij hem thuis wilden afleveren, van harte hopend dat hij nog in leven zou zijn. Dat was zo, vertelde Prek Harusha, eigenaar van de boerderij waar we logeerden. Theth is een klein dorp en iedereen kent elkaar. Hij gaf zijn zoontje Nikolla opdracht om met ons mee te gaan en voor ons te tolken.
Het huis van de familie Gumnari stond aan de rand van het dorp, naast drie andere traditionele grijze huizen, aan een smal pad met houten hekken.






Ndue Gumnari bleek te wonen bij zijn schoondochter, Shkurte Gumnari. Shkurte kwam naar het hek. Een vrolijke vrouw van een jaar of veertig met een felgekleurde trui en een gebloemde hoofddoek. We bewonderden haar grote tuin waar ze groenten en fruit verbouwde, het houten hokje voor de waakhond en de koe die ze hield voor de melk en kaas. Nikolla vertaalde voor ons, hij had voldoende Engels opgepikt van de eerste toeristen.


Shkurte bleek net aangekomen te zijn uit Shkodra, waar ze ’s winters – van oktober tot mei is de weg naar Theth ingesneeuwd en niet toegankelijk – met haar man, dochter van vijftien en schoonvader woonde. Zodra de weg in mei sneeuwvrij was vertrok ze naar Theth. Haar man bleef in het huis in Shkodra achter, in verband met zijn werk. Ze hadden drie dochters, waarvan alleen de jongste dochter Maria mee terug ging. Haar oudste dochter studeerde in Tirana; de tweede was getrouwd en met haar man naar Italië geëmigreerd. Shkurte en Maria deden ’s zomers samen de huishouding en zorgden voor Shkurtes schoonvader, die het altijd fijn vond weer in zijn vertrouwde omgeving te zijn.
Ze nodigde ons meteen uit in haar traditionele stenen huis. Het was klein en heel primitief. De benedenverdieping bestond uit een grote open ruimte met een open haardvuur: huiskamer en keuken ineen.


Er stond een bed, waarin een man lag te slapen. Het was Skurte’s schoonvader, Ndue Gumnari. Hij was doodziek. Herman kon hem tot zijn grote spijt de foto niet persoonlijk overhandigen
Shkurte nam ons mee naar boven. Via een gammele open trap kwamen we in een slaapkamer waar aan het plafond zijden spek te drogen hingen en emmers met zelfgemaakte kaas stonden te rijpen. Aan de muur had dochter Maria briefjes geplakt met de Engelse vertaling van Albanese toeristische zinnen: voor het geval er buitenlandse toeristen bij hen zouden komen logeren. Die kans was volgens ons niet zo heel groot, maar dat durfden we haar niet te zeggen. Er waren sinds kort een paar guesthouses en een camping in Theth. Een verblijf in een primitieve woning zonder enig comfort en privacy leek ons – zelfs voor rugzaktoeristen – een beproeving.
We bedankte haar voor de rondleiding in haar huis en kwamen Shkurte tijdens de rest van ons verblijf overal in het dorp tegen, alleen, met haar dochter Maria of haar goede vriendin Pren Pisha.

In 2013 waren Herman en ik weer in Theth, nu om nieuwe foto’s en verhalen te maken voor de veel uitgebreidere Engelse editie van ons boek A Passion for Theth. We logeerden in het prachtig gelegen huisje van de familie Rupa die het oude familiehuis ingrijpend aan het verbouwen was. We hadden het Nederlandse Theth-boek bij ons en gingen alle families langs om een exemplaar van ons boek te brengen. Ze konden het Nederlands natuurlijk niet lezen, maar wel de vele foto’s bekijken.
Voor het zover was kwam ik Shkurte al tegen op het kerkhof, met een breiwerk. Ik fotografeerde daar alle oude houten kruisen met heidense symbolen, die in rap tempo plaatsmaakten voor grote marmeren grafstenen. Ze vertelde dat haar schoonvader vlak na ons bezoek in mei 2010 was overleden en liet de fraaie witte marmeren grafsteen van haar schoonouders zien. Ze was blij met de foto’s van haar huis in het boek.


Waar al dat breien van Shkurte tijdens haar wandelingen door het dorp toe leidde bleek in het najaar van 2018. Ik was in Theth om exemplaren van de Albanese versie van ons Theth boek Pasioni per Thethin naar de guesthouses te brengen. Er kwamen niet alleen buitenlandse toeristen naar Theth; ook Albanezen en Kosovaren hadden het wandelen in de Albanese Alpen en de charme van Theth ontdekt.
Ik logeerde deze keer in een klein gezellig guesthouse, Shpella (grot). Na het avondeten maakte ik een wandeling in het schemerdonker. Ik was geschrokken van de vele bouwactiviteiten en van de tientallen nieuwe en erg lelijke guesthouses met drie, vier verdiepingen.


Al somberend kwam ik terecht op een smal pad aan de rand van het dorp en herkende ineens het huisje van Shkurte Gumnari. Aan de buitenkant van het huis was helemaal niets veranderd. Ze kwam al naar buiten, de hond had aangeslagen, altijd dé manier om een vreemde bezoeker te signaleren. Natuurlijk moest ik meteen binnenkomen. De benedenverdieping was ook nog hetzelfde. De open haard brandde.
Op een bank zat haar man, die ik nog nooit gezien had. Hij schonk meteen een flink glas zelfgestookte raki voor me in. Shkurte pelde een handje verse walnoten for me. Mijn povere Albanees was net voldoende om in vogelvlucht de belangrijkste ontwikkelingen van de voorbije jaren bij te praten. Shkurte en haar man hadden nu een nieuwe keuken en badkamer, gefinancierd door de kinderen in Italie.

Ze waren er heel blij mee, ze lieten me trots beide aangebouwde ruimtes zien. Ik vroeg Shkurte of ze nog steeds zoveel breide. Ze lachte en haalde een grote mand te voorschijn, bomvol witte gebreide sokken en vierkante met kruissteekjes geborduurde lappen. Ik liet de stapel lappen door mijn handen gaan.

Een bestond uit drie banen rood, wit en blauw. Toeval? Wist ze dat ze de Nederlandse vlag in kruissteek had gemaakt? Ik kocht ’m onmiddellijk, samen met een paar sokken; door een gelukkig toeval had ik contant geld bij me. Ik vertelde haar tot slot dat er nu een Albanese vertaling van ons boek was. Ze kon haar eigen verhaal teruglezen bij het nieuwe informatiecentrum of in de guesthouses of in Shkodra, als ze eind oktober terugging.
We namen afscheid.
Mirupafshim, Shkurte! (Albanees Tot Ziens)
Ik kom zeker terug in Theth.
Wilt u meer informatie over Albanië en de cultuur, lees onze info pagina over Albanië.